STIP OP DE KAART

In de decembermaand deed ik mezelf een oude schoolatlas cadeau, eentje van Beekman en Schuiling uit 1927.
Nog tien jaar en het is een antiek item!

In het voorbericht, dat tegenwoordig voorwoord genoemd wordt, lees ik een paar saillante details als: het weglaten van de afwerking en drooglegging van de Zuiderzeewerken omdat de plannen daartoe gewijzigd zijn en nog niet vaststaan. En verderop: vermelding van de meer uitvoerige bewerking van Palestina, waar de nieuwe Joodsche koloniën nu aangegeven staan
Andere tijden!

Waarom schaf je zoiets als een minstens tien keer door de tijd ingehaalde atlas aan, vraag je je misschien af.
Er is maar één reden want zodra ik voor een wereldkaart sta, een globe zie of een atlas in handen heb, zet ik het op een zoeken naar de coördinaten van het eilandje van mijn ouders, Serua: 130 graden lengtegraad en 5 graden breedtegraad.
Ik kan het nooit laten, het is ook zo ver weg, en tegelijkertijd onder mijn hart, zo dichtbij!

In de nieuwe bos atlassen en landkaarten staat het niet altijd meer vermeld. Dat was in het koloniale tijdperk wel anders.
Alles werd zorgvuldig in kaart gebracht, als was het alleen om ook in de verste uithoeken van het overzeese gebied belasting te kunnen innen. Want dat gebeurde.

Mijn grootvader van moeders kant, Andarias Pormes, was dorpshoofd en ontving jaarlijks een Nederlandse delegatie in zijn huis, om hen niet alleen een gastvrij onderkomen te bieden maar ook de jaarlijkse belasting aan af te dragen.
Mijn moeder vertelde er wel eens over, het was een hele gebeurtenis.
Hoog bezoek waarbij de luxe van thee werd genuttigd en sigaartjes werden gerookt. Het ging om een paar luttele duiten, de opbrengst van de oogst van het land, die mijn grootvader samen met de Nederlandse vlag en officiële documenten in een speciale kist bewaarde.
Maar ‘t is toch wat, dagreizen ver af te varen naar een afgelegen eiland om wat stempels, handtekeningen en klinkende munten in naam van Hare Majesteit de Koningin te moeten innen.

Een stipje op de kaart, meer is het niet.
‘Ik teken het er gewoon bij!’, grapte mijn broer toen ik hem vertelde dat ik nou nooit eens een atlas vond waar ons eiland op te vinden was.
Ik werd ballorig van het idee: een guerilla actie starten in bibliotheken en boekwinkels! Jaaaa!
‘Juist leuk en geheimzinnig dat het eiland niet te vinden is!’, vond mijn oudste zoon.
En ik dacht: géén stipje op de kaart, maar zoiets als een Treasure Island, óók een mooie invalshoek.
Met mijn wijsvinger op de kaart volgde ik op de lengtemeridiaan een lijn loodrecht naar beneden vanaf het eiland Seroea (oude spelling) naar Darwin, Australië. En ik vertelde mijn zoon het verhaal van een oom die in zijn uppie die reis maakte met zijn zeilboot, gewoon om eens te zien hoe de wereld er daar uit zag en terugkeerde met een vracht aan indrukken en verhalen.

‘Nee joh’, zei zoonlief met verbazing in zijn stem en ongeloof in zijn blik.
Hij tuurde voor zich uit en zag het plaatje al voor zich.
‘Zit je daar in je bootje op die grote, diepe zee. Hoe is hij dan terug gevaren?’
‘Gewoon op de sterren’, antwoordde ik.
‘Maar die staan toch elke keer anders’, opperde zoon refererend aan de gevolgen van de rotatie van de aarde ten opzichte van de zon.
‘Gewoon op de Poolster. Hij moest sowieso naar het noorden’, ik zei het met een toon alsof ik de wereldzeeën al drie keer zelf bevaren had.
‘O, ja tuurlijk…die staat altijd vast.’
Soms is een conclusie te simpel om te bedenken.

Nee, die oom had geen kaart nodig om zijn eiland terug te vinden.

Maar ik, ik heb er nog even moeite voor moeten doen en ben maar wat blij met mijn oude atlas, die ik naar believen open kan slaan om er vervolgens dromerig op weg te turen.

This information box about the author only appears if the author has biographical information. Otherwise there is not author box shown. Follow YOOtheme on Twitter or read the blog.